Drie vragen aan: Jan Corstjens

Jan Corstjens is PhD Candidate / Teaching Assistant, Department of Personnel Management, Work- and Organizational Psychology, Universiteit van Gent.

Van een holistische benadering naar een focus op de invloed van specifieke elementen in selectietesten op belangrijke uitkomstmaten.

Op welke vraagstukken richt uw onderzoek zich?

Jan Corstjens

Mijn onderzoek richt zich op het ontwikkelen en bestuderen van innovatieve selectiemethoden. Traditioneel wordt de ontwikkeling van selectietesten holistisch benaderd, dat wil zeggen dat ze als een geheel worden ontwikkeld en ook zo bestudeerd. De traditionele vragen die onderzoekers dan gaan stellen zijn vragen rond validiteit (meet ik wel de eigenschap die ik wil meten?), betrouwbaarheid (meet ik deze eigenschap ook consistent?) en last but not least het criterium validiteit ofwel kan ik met deze test ook job prestatie gaan voorspellen? Daarnaast is het steeds belangrijker geworden om ook te kijken naar mogelijke test bias waarbij bepaalde minderheidsgroepen in de poule van sollicitanten systematisch door de test worden benadeeld. Wat we anders proberen te doen in ons onderzoek is wel diezelfde vragen stellen maar nu in een experimentele opzet waarbij de onderliggende componenten van selectietesten waarvan we denken dat ze een belangrijke invloed kunnen hebben op de uitkomstmaten worden gemanipuleerd. Eigenlijk net zoals productontwikkelaars doen. Denk bijvoorbeeld aan de R&D afdeling van Apple, waar elk jaar de componenten in hun producten worden aangepast of zelfs geheel vernieuwd en vervolgens onderzocht wordt hoe deze componenten van invloed zijn op de gebruikerservaring. Daarnaast is het ook belangrijk dat we bijblijven met de laatste nieuwe ontwikkelingen in het domein van de datawetenschappen om ook de manier waarop we scores op selectietesten analyseren te gaan optimaliseren.

Welke inzichten wilt u vanuit uw vakgebied graag delen met de assessmentpraktijk?

Mijn doctoraatsonderzoek focust specifiek op context als een belangrijke component in situationele beoordelingstesten. Traditioneel worden ook deze testen ontwikkeld vanuit de holistische benadering. Er worden situatiebeschrijvingen opgesteld waar een probleem wordt voorgesteld waarmee men dan kennis wil gaan meten van goede en minder goede reacties op dat probleem. Maar wat moet er juist in die situatieomschrijving staan beschreven om de test optimaal te laten renderen? Uit ons onderzoek met eye-tracking blijkt bijvoorbeeld al dat de hoeveelheid aan contextuele informatie een belangrijke invloed heeft op de manier waarop sollicitanten het vraagstuk gaan benaderen en proberen op te lossen. Dit soort inzichten kan de assessmentpraktijk helpen bij het ontwikkelen van dit soort testen, bijvoorbeeld wanneer geef je best veel achtergrondinformatie en wanneer juist minder om de gewenste eigenschappen zo zuiver mogelijk te meten? Een ander inzicht dat ons onderzoek kan opleveren voor de praktijk is het bestuderen van het soort context. Is het beter om situatiebeschrijvingen te gaan opstellen in een voor de sollicitant bekende of juist minder bekende context?

Welke artikelen ziet u als ‘must reads’ in uw vakgebied?

Een introductie op de componentiële benadering van selectietesten is onderstaand artikel van Lievens en Sackett uit 2017:

Dit hoofdstuk biedt een vergelijkend overzicht over verschillende visies over wat we juist meten met situationele beoordelingstesten en hoe context daarin een belangrijke rol speelt:

Onderstaand artikel bespreekt de experimentele benadering van testvalidering:

Een voorbeeld van een studie waarin het nut van het implementeren van recente ontwikkelingen in datawetenschappen wordt benadrukt is onderstaand artikel over de additionele voorspellende waarde van variatie in het uiten van persoonlijkheidstrekken over situaties heen: